Het onder- en bovenbrein: de werking van hersenen bij dementie

De werking van hersenen bij dementie
De werking van hersenen verandert bij dementie. Verschillende vormen van dementie beschadigen verschillende gebieden in de hersenen. Bepaalde hersengebieden nemen af en neurodegeneratie ontstaat, wat zoveel betekent als ‘afname van het zenuwstelsel’. Bij Alzheimer ontstaat als eerst neurodegeneratie rondom de hippocampus, dit is het kleine zeepaardje in de temporale kwab van de hersenen. De hippocampus zorgt voor het omzetten van informatie van het korte termijn geheugen naar het lange termijn geheugen. Oma’s vorm van dementie is ook Alzheimer.
Wanneer de beschadigingen, ook wel eiwit ophopingen genoemd, beginnen in de frontale kwab en temporale kwab gaat het om frontotemporale dementie. Lewy body wordt als eerste waargenomen in de hersenstam.
Bij vasculaire dementie zit het weer net even anders, omdat dit niet zichtbaar is in een specifiek gebied van de hersenen. In onze hersenen hebben we ‘witte stof’, dit is een soort isolatielaagje (myeline) wat zorgt voor de verbindingen tussen zenuwcellen. Het maakt dat we prikkels kunnen ontvangen, vertalen en begrijpen en daar gevolg aan kunnen geven, het is een soort communicatienetwerk in onze hersenen. Bij vasculaire dementie gaat deze communicatie trager en zelfs kapot, wat komt door een slechte doorbloeding van de hersenen. Dementie is een verzamelnaam voor verschillende ziekten die de werking van hersenen aantast.
Het onderbrein
In deze blog wordt de werking van hersenen bij dementie uitgelegd zonder het al te medisch te maken. Het helpt om het gedrag bij mensen met dementie beter te leren begrijpen. We starten eerst met een uitleg over hoe de hersenen zich ontwikkelen vanaf de geboorte.
Niveau 1
Wanneer een baby geboren wordt heeft deze in eerste instantie ongecoördineerde bewegingen. Een baby overleeft op reflexen, denk aan het zuigreflex en het grijpreflex. Een reflex is een automatische reactie van het lichaam op een prikkel.
In de hersenen zijn vanaf de geboorte spiegelneuronen aanwezig, deze zorgen ervoor dat een baby ‘leert’ om gedrag na te doen. Een baby kijkt bij een schrikreactie naar het gezicht van zijn verzorger. Wanneer deze kalm blijft, blijft de baby dat ook, en als er paniek of angst op het gezicht te lezen valt, zal de baby ook een paniek of angst reactie laten zien. Wanneer wij baby’s eten geven zitten we vaak met onze eigen mond mee te happen. Baby’s spiegelen dit gedrag door de aanwezige spiegelneuronen. Tijdens de eerste twee levensjaren van een kind wordt het totale volume van de hersenen wel vier keer zo groot.
Niveau 2
Niveau 2 ontwikkelt zich tijdens de peuter- en kleuterfase, van zo’n 1 tot 4 à 5 jaar. De bewegingen worden gerichter en het gedrag wat zij laten zien is spontaan en impulsief. Een prikkel zorgt voor een waarneming, die waarneming wordt een behoefte en er is direct een antwoord nodig op die behoefte.
Peuters gaan vaak ordenen en sorteren. Iets open en dicht doen en dit eindeloos herhalen. Alle speelgoed autootjes verzamelen en op kleur zetten, buiten steentjes bij elkaar zoeken, het eten op het bord in bepaalde volgorde neerleggen. Het zijn herhalende handelingen waarbij haast lijkt dat zij er niet mee kunnen stoppen. Vanaf het derde en vierde levensjaar ontstaat het bewust geheugen. Het bewust geheugen bestaat uit expliciete toegankelijke feitenkennis, of te wel herinneringen aan eerdere gebeurtenissen.
Het emotionele brein
Het onderbrein ontwikkelt zich in de eerste 5 jaar van ons leven. Hierin zijn onze spontane, impulsieve gedragingen en emoties geregeld en daarom noemen we dit onderbrein ook wel het emotionele brein. De processen gaan onbewust en laten ons reageren op dynamische prikkels. Dynamische prikkels bestaan uit het waarnemen van bewegingen en de niet controleerbare behoefte om daarop te willen reageren.
Andere kenmerken van dit ‘emotionele’ onderbrein zijn non verbale communicatie, ordenen, sorteren en spiegelen. In het emotionele brein zijn de vaardigheden om te reguleren, wat zoveel betekent als beheersen en controleren, nog niet aanwezig. En deze uitleg over het emotionele brein is belangrijk om te onthouden, omdat het later in deze tekst gekoppeld wordt aan de werking van hersenen bij dementie.
Het bovenbrein
Nu we weten hoe het emotionele brein zich ontwikkelt, gaan we door met de ontwikkeling van het bovenbrein. In ons bovenbrein zitten de complexere hersentaken, deze ontwikkelen zich tot en met ons vijfentwintigste levensjaar. Waar het onderbrein, of het emotionele brein, zich dus in vier á vijf jaar ontwikkelt, duurt dit bij het bovenbrein wel twintig jaar.
Op zesjarige leeftijd is het hersenvolume al bijna net zo groot als van een volwassene. De ontwikkeling van de hersenen tot en met de puberleeftijd bestaat voornamelijk uit het maken van verbindingen tussen de zenuwcellen. Hierna neemt het aantal verbindingen af, maar worden de verbindingen tussen de zenuwcellen wel sterker.
Niveau 3
Kinderen in de basisschoolleeftijd leren om hun emoties uit te stellen en te gebruiken. Ze maken iets vervelends mee op school en leren dat het bij de juf laten zien van hun emotie minder effect heeft dan wanneer ze dit bij hun moeder laten zien. Wanneer zij uit school het plein oplopen en hun moeder zien, uiten de tranen van dit eerdere verdriet zich pas omdat zij weten dat dit meer troost oplevert. Ook ontstaan in deze leeftijd herinneringen die het gedrag meesturen.
De coördinatie van kinderen ontwikkelt zich ook, zo ontstaat naast de grove motoriek ook een fijne motoriek. De grove motoriek is het lopen, rollen, vangen, zwaaien en de fijne motoriek zijn handelingen zoals schrijven, knippen, veters strikken en bijvoorbeeld een knoop los maken. Na de basisschoolleeftijd volgt de pubertijd, het lukt dan steeds beter om gepaster te reageren en bewuster te handelen.
Niveau 4
Richting jongvolwassenheid lukt het steeds vaker om oorzaak en gevolg aan elkaar te koppelen. We leren dan de echte ingewikkeldere hersentaken. Zoals reflecteren. Waarmee we terugblikken op ons eigen gedrag en ervaringen, daarover nadenken en tot nieuwe inzichten kunnen komen. Zodat we nieuwe keuzes gaan maken die andere, en wellicht positievere resultaten en ervaringen geven. Tijdens deze fase neemt het verantwoordelijkheidsgevoel toe en leren we om rekening te houden met anderen. Ons empathisch vermogen ontwikkelt zich, wat betekent dat wij ons kunnen inleven en verplaatsen in een ander en zijn situatie. Hierdoor snappen we ook beter welk gedrag er verwacht wordt in bepaalde situaties: we ontwikkelen decorum. Ook hebben we steeds meer overzicht, waardoor plannen vaker lukt.
Het cognitieve brein
Het bovenbrein, ook wel het cognitieve brein, geeft ons het vermogen om na te denken. Door dit brein bestaat tijdsbesef, kunnen we plannen en logica toepassen en zijn we in staat om initiatief te nemen. Doordat wij weten hoe wij ons behoren te gedragen (het decorum) kunnen we onze emoties beheersen en op gepastere momenten tot uiting brengen. Met dit cognitieve brein kunnen we ons inleven in een ander (empathisch vermogen) en overzien welke gevolgen het overschrijden van grenzen kan betekenen voor een ander. Het cognitieve brein helpt ons dus het emotionele brein te reguleren.
Samenwerking van het boven- en onderbrein
Het boven en onderbrein werken samen waardoor wij functioneren en in staat zijn om onze emoties te beheersen. Toch is het heel menselijk wanneer emoties weleens de overhand nemen. Maar hoe komt dit? In het onderbrein, die met de impulsen en emoties, zitten onze overlevingsstrategieën. De zogenoemde freeze – fight – flight reactie (vries, vecht, vlucht reactie). In stresssituaties wordt deze reactie geactiveerd en verminderd dit de samenwerking tussen het boven en het onderbrein. Je kan het zien als een luikje tussen beide breinen wat dichtklapt, hierdoor kunnen wij het cognitieve brein niet meer bereiken. Een stressreactie blijft gemiddeld zo’n 10 minuten in het lichaam hangen.

Het ‘demente’brein
Nu we weten hoe gezonde hersenen werken maken we de stap naar de werking van hersenen bij dementie. Eigenlijk zijn twee dingen belangrijk. Het zogenoemde luikje staat bij mensen met dementie standaard al op een kier. De samenwerking tussen het emotionele brein (niveau 1 en 2) en het cognitieve brein (niveau 3 en 4) kost veel meer moeite en energie. Door de beperkingen in het denken hebben mensen met dementie veel vaker last van stress, en met meer stress is er maar weinig voor nodig om het luikje helemaal dicht te laten klappen.
Het andere wat belangrijk is om te weten, is dat wat de hersenen als laatst geleerd hebben (niveau 4) ook als eerste moeizamer zal gaan. De verbindingen tussen de zenuwcellen waarin de vaardigheden uit de hersenen van niveau 4 en 3 opgeslagen zitten, verdwijnen door de ziekte. De werking van hersenen bij dementie verandert dusdanig dat het cognitieve brein eerst vermindert. Daarna zal er verlies van de complexe hersenfuncties niveau 4 plaatsvinden gevolgd door de hersenfuncties uit niveau 3. Het emotionele brein (niveau 1 en 2) blijven intact.
Mijn oma en haar onderbrein
Ik herinner mij een moment waarop oma en ik samen boodschappen waren doen. Oma geeft in het winkelcentrum aan dat zij last heeft van haar rug en graag wilt gaan zitten. Ze stuurt mij alleen de winkel. Dit zijn van die momenten waarop ik mij afvraag of het wel een goed idee is om oma alleen te laten, maar ik besluit het wel te doen om de simpele reden dat ik niet wil dat mijn oma pijn heeft. Terwijl oma gaat zitten op een bankje maakt ze contact met de hond van de man die op hetzelfde bankje zit. Ik loop de winkel in en bedenk mij dat ik mijn oma eigenlijk nooit eerder met honden heb gezien.
Wanneer ik terugkom bij oma ligt de hond languit bij oma op schoot, oma is de hond aan het knuffelen en aaien. Ik moet er wel om lachen. Ik zeg wel eens dat ik mijn oma anders leer kennen door de dementie. Maar alles wat ik zie bij mijn oma heeft er dus eigenlijk altijd al gezeten. Ze is alleen minder goed instaat om haar emoties te reguleren en haar impulsen te beheersen doordat de complexe hersenfuncties zijn verminderd.
Omgaan met gedrag bij dementie
Als wij als mensen met elkaar communiceren doen we vaak een beroep op het cognitieve brein. We verwachten dat de ander zich kan inleven in ons, we verwachten dat de ander rekening kan houden met ons, we verwachten dat de ander zich gepast kan gedragen. Feit is dat mensen met dementie dat minder goed, of zelfs niet meer kunnen. De werking van hersenen bij dementie verandert dusdanig dat we vaker niet, dan wel een beroep kunnen doen op deze complexe hersenfuncties.
Omdat mensen met dementie veel vaker stress ervaren zijn er een paar dingen waarmee wij ze kunnen helpen. Wanneer we vragen stellen die te maken hebben met het uitvoeren van ingewikkeldere handelingen, denk bijvoorbeeld aan het zetten van koffie waarvoor we moeten kunnen plannen, geef dan de rust om dit te kunnen doen. Zorg dat er na zo’n vraag niet nog meer prikkels bij komen om te verwerken.
Wat ook kan helpen bij een vraag als ‘Wat heb je vandaag gedaan?’, is dat we langer de tijd nemen voordat we een antwoord verwachten. Tel eens in het hoofd: eenentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig. Het zal nog verbazen dat er dan wellicht wel een antwoord volgt. De mooiste tip die ik ooit kreeg was: vraag niet naar wat iemand vandaag gedaan heeft, maar vraag naar de emotie. Omdat het emotionele brein intact blijft, veroorzaakt dit geen stress. Ik vroeg mij toen af hoe ik dat moest doen. Maar de vraag van ‘wat heb je vandaag gedaan?’ veranderen naar: ‘heb je vandaag een fijne dag gehad?’ was eigenlijk heel gemakkelijk.
Ervarea
De credits voor de uitleg middels het boven en onderbrein en de werking van het luikje bij stress horen thuis bij Ervarea. Dit is een organisatie die zorgprofessionals, mantelzorgers en vrijwilligers met trainingen en theatervoorstellingen biedt leren door te beleven. In hun blogs beschrijven zij mooie voorbeelden van anders leren kijken naar gedrag bij mensen met dementie vanuit deze theorie en de invloed die wij zelf hebben op dit gedrag. Ik raad al mijn lezers aan om eens een kijkje te nemen, het is erg leerzaam!
Blog Oma vanNoes
Wat leuk dat je mijn blog gevonden hebt! Ik ben met dit blog gestart om meer bewustzijn rondom het leven met dementie te creëren. Voor mijn oma is het belangrijk om haar zelfstandigheid en regie te kunnen behouden. Sinds oma in het verpleeghuis woont lijkt dit een grotere uitdaging te zijn geworden. Voor oma zelf, maar ook voor ons als betrokken familie.
In mijn blogs ga ik in op gebeurtenissen, de bijhorende emoties maar ook wet- en regelgeving. Want hoe is de dementiezorg nu eigenlijk geregeld in Nederland? En waarom doen wij met elkaar wat wij doen? Wil je meer over mij te weten komen? Op deze pagina stel ik mijzelf voor. Meer over mijn redenen om te schrijven en over mijn oma zelf vindt je hier.

Geef een reactie